Wanneer ik vrij geconcentreerd in mijn thuiskantoortje bezig ben aan een lijvig rapport, wordt ik geattendeerd op een apart geluid dat ik eerst niet thuis kan brengen..
Frrrrrtt.... Frrrrrrrrt....Frrrrrrrrrrt.
Als ik op onderzoek ga, ontdek ik een ietwat verfomfaaide dagpauwoog die verwoed bezig is om bij het raam omhoog te vlinderen.
De dagpauwoog is een vlindersoort die in ons land overwintert. Ze kruipen, zodra het wat kouder wordt, in donkere nissen en rommelhoekjes en gaan vervolgens maandenlang in een soort van winterslaap.
Deze heeft zich op een of andere manier bij mij naar binnen weten te werken.
Hij had een lekker koel en duister plekje gevonden waar hij na een rusteloze zomer vol dartelingen en zoetigheid eindelijk voor lange tijd de geschonden perkamenten vleugels dacht te kunnen laten rusten.
Maar dan gaat er een felle buro-lamp aan en érger nog .. de verwarming.
De vertraagde bloedsomloop komt snel weer op gang...
"Daar..dáár is licht ...."
Frrrrrrt....Frrrrrrrrrt..
Instinctief dwir-dwarrelt hij verdwaasd langs de glazen scheidingswand tussen het geborgene binnen en het onbestendige buiten.
Dat duurt minuten..totdat ie kennelijk het nutteloze van zijn pogingen in ziet, de vleugels samenvouwt en berustend uit het raam gaat zitten kijken.
Ik laat 'm daar maar even. Ik moet weg en doe het licht uit en de CV naar beneden.
Wanneer ik later in de middag terug ben zie ik 'm niet meer.
Misschien hangt ie nu wel ergens, weer gerustgesteld en ingedommeld, onder mijn bureau op het inmiddels weer afgekoelde kantoor...
Onwetend van de dag die komt, want ik kan daar toch moeilijk gaan zitten blauwbekken morgen.